Wat is onderpresteren?

Alle scholieren presteren wel eens minder dan zij kunnen zonder dat dit reden tot zorg is. Met de term ‘onderpresteren’ bedoel ik: het structureel minder presteren dan op grond van test- en toetsresultaten verwacht kan worden. Dit hangt vaak samen met problemen op sociaal-emotioneel gebied, met groepsdruk of met allerlei misvattingen. Dan biedt huiswerkbegeleiding vaak niet de juiste oplossing. Door mijn coaching krijgt de leerling een duidelijker zelfbeeld, zet hij de knop om, stelt hij doelen en gaat hij gestructureerder werken.

Ontstaan van onderpresteren

 

Onderpresteren is een reactie op ervaringen met de omgeving en geeft een schijnbare bescherming tegen ontmoediging en teleurstelling. Factoren die regelmatig bijdragen aan onderpresteren zijn belemmerende misvattingen en/of te sterke overheersing door ouders.

Belemmerende misvattingen
Kinderen met een vwo-advies hoeven zich op de basisschool niet in te spannen. De slimste leerlingen worden daar niet uitgedaagd, hoeven zich niet langere tijd te concentreren en zijn niet gewend om te gaan met tegenvallende resultaten. Ze ervaren hierdoor niet dat meer inzet leidt tot betere resultaten.  Ze hebben last van de belemmerende misvatting:  inspanning is voor de dommerds’. Zij beseffen niet dat ze hun  intelligentie kunnen verbeteren door consequent te studeren. Deze onderpresteerders automatiseren niet, verwerven geen basiskennis, leren geen grammaticaregels en stampen geen woordjes. Ze blijven zitten of worden door de school – uit vrees voor slechte examenresultaten – naar een lager schoolniveau verwezen. Daar gaan ze zich vaak vervelen en uiteraard nog minder inzetten.

Een andere groep onderpresteerders heeft last van een belemmerend perfectionisme. Uit angst om fouten te maken doen ze liever niets. Ze halen liever een onvoldoende dan dat ze gaan werken en ‘maar’ een zes halen. Ze kunnen een hoger cijfer halen maar dan moeten ze zich net als anderen inzetten: plannen, op tijd beginnen en doorzetten en dat hebben ze nou juist nooit geleerd. Na verloop van tijd stapelt de stress zich natuurlijk op. Dit kan weer leiden tot apathie en lusteloosheid. De ouders herkennen in hun puber dan niet meer het veelbelovende, enthousiaste kind van daarvoor en vragen zich vertwijfeld af hoe ze de neerwaartse trend kunnen ombuigen.

Overvragende ouders
Sommige ouders hebben zulke hoge verwachtingen van hun kind, dat het weinig eigen ruimte overhoudt. Zij letten meer op de resultaten dan op het proces. Als reactie hierop maakt het kind zich ongevoelig voor reacties en kritiek van anderen en gaat hij onder zijn niveau te presteren. Hij krijgt toch alleen maar kritiek.

Hoogbegaafde onderpresteerders

 

Veel hoogbegaafde kinderen presteren onder hun niveau. Ze merken dat hun aanpak afwijkt van die van de anderen; ze zijn sneller klaar, hebben oplossingen die andere leerlingen niet kunnen volgen en vallen daardoor op. Om vervelende reacties en pesterijen te voorkomen, zoeken sommigen van hen dekking door te gaan onderpresteren.

Een onderpresteerder loopt een achterstand op: een gebrekkige kennis van grammatica en een geringe woordenschat blokkeren een soepele schoolcarrière op het vwo. Wel kunnen deze leerlingen ineens een fantastische prestatie neerzetten als het onderwerp hen erg aanspreekt.

Partieel begaafde leerlingen, met een uitzonderlijk talent op één gebied, lopen eerder kans te gaan onderpresteren dan anderen. Ze zijn bijvoorbeeld diep teleurgesteld als ze in groep 3 sommen moeten maken die zij als 4-jarige al konden oplossen. Als hun talent voor talen niet even sterk ontwikkeld is, begrijpen ze vaak niet wat er aan de hand is: ben ik nu wel of niet slim? / moet ik nu wel of niet werken? Zo zijn er leerlingen die al een proefwerk wiskunde kunnen maken na een hoofdstuk alleen maar te hebben doorgekeken terwijl ze de grootste  moeite hebben met de Duitse grammatica.

Kenmerken van onderpresteerders

Een leerling die onderpresteert, vertoont vaak één of meer van de volgende kenmerken:

  •  Heeft sterk wisselende prestaties
  • Heeft een gering zicht op de consequenties van keuzes op korte en lange termijn
  • Wil wel presteren maar het ontbreekt aan zelfdiscipline en doorzettingsvermogen
  • Gaat eigen verantwoordelijkheid uit de weg; legt die bij ouders en school
  • Houdt zich niet aan beloften
  • Is heel goed in uitstellen
  • Voelt zich gedwongen tot perfectie
  • Heeft geen vertrouwen in zichzelf
  • Gaat uitdagingen en rivaliteit uit de weg
  • Liegt vaak over school en verzint makkelijk allerlei excuses
  • Sluit zich gemakkelijk af voor de omgeving

Deze opsomming is geen diagnose-instrument, maar een hulpmiddel om onderpresteren te signaleren.

Aanbevolen literatuur

+ Deze boeken zijn geschikt om als ‘leek/beginner’ mee te beginnen.

Hersenen en Leren
Aalderen Sandra van , Nienke van Atteveldt en Mieke Grol, 2015, Kijken in het brein, Querido, 256 blz. Welke van de beweringen over hersenonderzoek zijn waar? Wat kunnen scanners aantonen? Wat zijn neuromythen en neuroscience-fiction? Verschillende scantechnieken passeren de revue en deze vullen de reeds bestaande kennis over hersenen aan.

+ Brandhof, Jan-Willem van den , J.W. van den Brandhof, 2009, Leer als een speer, Academic Service, 152 blz. Een degelijk overzicht van de technieken om complexe leerstof behapbaar te maken. Het boek leest gemakkelijk ook voor kinderen en geeft naast de duidelijk uitgewerkte leermethodes ook veel tips. Mooi vormgegeven. Ook zeer geschikt voor mentoren.

Bruyckere, Pedro de en Casper Hulshof, Jongens zijn slimmer dan meisjes, 2016, Lannoo Leuven, 240 blz Origineel en informatief boek waarin mythes over leren, neuromythes, mythes over technologie in het onderwijs en onderwijsbeleid op basis van controleerbare bronnen worden besproken. Covey, Sean, 2009, Zeven eigenschappen die jou succesvol maken, Business Contact, 2009, 263 blz. Dit boek is geschreven om jongeren te helpen keuzes te maken. Het behandelt bijvoorbeeld hoe je vriendschappen opbouwt en onderhoudt, of hoe je groepsdruk kunt weerstaan. Hoe je goede voornemens ook kunt uitvoeren en volhouden, en hoe je je beter kunt gaan voelen over wie en wat je bent. Het boek vertelt je hoe je kunt omgaan met je ouders en familie en nog veel meer. Een karaktervormend boek dat via zelfreflectie jongeren helpt autonoom te worden.

Dirksen, Gerjanne en Hulda Moeller, 2011, Breinlink voor ouders, Scriptum, 172 blz. Wetenschappelijke bevindingen over brein en leren worden op beeldende wijze toegankelijk gemaakt voor ouders. Aan de hand van zes breinprincipes wordt huiswerk aantrekkelijker gemaakt. De invloed van positieve feedback op zijn ontwikkeling en voortgang en de broodnodige ondersteuning bij plannen worden benadrukt. Extra: een uitneembaar boekje voor kinderen over de werking van het brein en huiswerktips

+ Helmich-de Jonge, Evelyn, 2015, Tips voor betere schoolprestaties, te bestellen bij evelynhelmich@gmail.com, 152 blz. Een handzaam boekje met vele rechttoe-rechtaan-tips duidelijk uit de schoolpraktijk. geschreven voor leerlingen maar zeker ook een houvast voor ouders en begeleiders.

Tigchelaar, Mark, 2014, Haal meer uit je hersenen, Bert Bakker, 176 blz. Informatief, inventief en baanbrekend handboek voor iedereen die meer uit zijn hersenen wil halen: sneller lezen, beter tekstbegrip, betere concentratie bij informatieverwerking, diepere geheugentechnieken, effectievere samenvattingen maken en hoofd- en bijzaken makkelijker onderscheiden.

 

Hoogbegaafdheid
Kieboom, Tessa, 2015, Hoogbegaafd, als je kind een Einstein is, Lannoo, 280 blz. Hoogbegaafde kinderen zijn vaak kwetsbaar en hebben een aangepaste begeleiding nodig thuis en op school. Dit basisboek geeft een antwoord op veel gestelde vragen als: wat is hoogbegaafdheid precies? Hoe wordt de diagnose gesteld? Wat zijn de gevolgen van hoogbegaafdheid? Hoe ga je het beste om met hoogbegaafde kinderen? ‘Een boek met veel praktijkvoorbeelden.

+ Koenderink, Tijl, 2012, De 7 uitdagingen (in het onderwijs aan hoogbegaafde kinderen), Novilo Venlo, 182 blz. Na een uitleg over hoogbegaafdheid, het functioneren van het brein en de vaak moeizame positie van het hoogbegaafde kind volgen 7 thema’s die elk voor leerkrachten een probleem/uitdaging vormen om het getalenteerde vastlopende kind te helpen. Op een website zijn filmpjes en verwijzingen naar websites en literatuur te vinden. Voor leerkrachten en docenten in opleiding.

Lammers van Toorenburg, Wendy, 2009, Hoogbegaafd, nou en? Samsara Amsterdam, 246 blz. Dit boek maakt duidelijk hoe hoogbegaafde kinderen de wereld om zich heen kunnen ervaren. Ze worden hierin aangesproken in hun eigen taal; het is geschreven voor hen, niet over hen. Specifieke onderwerpen die besproken worden zijn: je ‘anders’ of eenzaam voelen, onderpresteren, verveling op school, pesten, aanpassen, leerstijlen. Hoe ontstaan problemen voor jou als hoogbegaafde en op welke manieren kun je ermee omgaan?

Nelis, Huub en Yvonne van Sark, 2012, Over de top, Kosmos Uitgevers Utrecht, 267 blz. Het boek gaat in op het stimuleren van excellentie zoals van slimme wiskundigen, wonderkinderen en topsporters. We overschatten de impact van aangeboren talent en onderschatten de enorme potentie van mensen als ze doelgericht en positief aan de slag gaan. Veel praktische tips om jonge mensen te helpen het allerbeste uit zichzelf te halen. Voor ouders, docenten en onderwijsmanagers.

Whitley Michael, 2001, Bright Minds, Poor Grades, Perigree New York, 301 blz.
Whitley benadrukt dat de ouders een belangrijke rol spelen bij het ontstaan van onderpresteren wat best confronterend kan zijn. Whitley onderscheidt zes typen onderpresteerders van uitsteller tot oplichter en geeft bij elk handvatten hoe deze te begeleiden. Het boek is inmiddels een gezaghebbende gids met een effectief 10-stappenplan dat beoogt onderpresterende kinderen aan te moedigen en te motiveren. Dit om succes op school en op andere gebieden van het leven te stimuleren. Voor ouders. Voor ouders met moeilijk haalbare handvatten; meer geschikt voor begeleiders van hoogbegaafde kinderen.

Webb, James,Elizabeth Meckstroth en Stephanie Tolan, herziene editie 2013, De begeleiding van hoogbegaafde kinderen, van Gorcum, 352 blz. Het meest complete boek over het opvoeden van hoogbegaafde kinderen met name om hen een goed zelfbeeld te laten ontwikkelen. Het is geschreven vanuit het wetenschappelijk gefundeerde inzicht dat het emotionele welbevinden het meest bepalend is voor de levensloop en levensgeluk van hoogbegaafde kinderen. Deze vertaling is door erkende specialisten uit de praktijk van de begeleiding van hoogbegaafde kinderen aangepast aan de situatie in Nederland en in de herdruk geactualiseerd en sterk uitgebreid. Zonder plaatjes. Voor ouders en leerkrachten.


Motivatie/ Onderpresteren
+ Bruyn, Saskia en Monique Schaminee, 2009,Onderpresteren, Help je kind de middelbare school door zonder trekken en duwen, SWP Amsterdam, 141 blz. Een vlot geschreven boek dat ingaat op het ontstaan en in stand houden van onderpresteren dat op alle niveaus niet alleen van hoogbegaafden, kan voorkomen. Er wordt ingegaan op liegen en faalangst in relatie tot onderpresteren. De rol die ouders hierin spelen wordt belicht. Het geeft handvatten hoe zij zich het beste kunnen opstellen om hun kind effectiever te stimuleren. Ook een prima boek voor docenten.

Dweck, Carol, 2011, Mindset, de weg naar een succesvol leven, Uitgeverij SWP, 307 blz. Dweck legt uit dat niet alleen onze vaardigheden en talenten voor succes zorgen maar ook onze statische of op groei gerichte mindset. Ze maakt duidelijk waarom het prijzen van de intelligentie en het talent van kinderen niet bevorderlijk is voor hun zelfvertrouwen en prestaties maar hun succes zelfs in de weg kan staan, hun motivatie doet afnemen. Onze instelling helpt onze kinderen op school beter te presteren. Bovendien helpt onze houding op persoonlijk en professioneel vlak onze eigen doelen te bereiken.

Kieboom, Tessa, 2012, Jij kan beter; als je kind een onderpresteerder is, Witsand Uitgevers Bvba, 232 blz. De schrijver gaat in op het ontstaan en de kenmerken van onderpresteren vooral van hoogbegaafde kinderen. Ze geeft richtlijnen hoe je het onderpresteren kunt aanpakken en gaat daarbij in op straffen en belonen, het houden van goede gesprekken en tips bij een goede studiemethode. Erg groot lettertype. Voor ouders en docenten.

+Koenderink, Tijl en Ronald Louwerse, 2013, Is het voor een cijfer?, Novilo Venlo, 219 blz. Aan de hand van de laatste wetenschappelijke inzichten op het gebied van geluk, motivatie en presteren wordt in een makkelijk leesbare tekst met praktische voorbeelden gedemonstreerd hoe kinderen op school weer gemotiveerd kunnen raken en het beste uit zich zelf kunnen halen. Voor leerkrachten.

Nelis, Huub en Yvonne van Sark, 2014, Motivatie binnenste buiten, Kosmos Uitgevers Utrecht, 288 blz. Mooi vorm gegeven boek met verhalen van jong en oud rond het thema motivatie (Wat is het en hoe ontstaat het?) maar ook diepgaande theoretische beschouwingen, vele concrete en praktische tips. Geschikt voor ouders, begeleiders, schoolleiders.

Pink, Daniel H., 2010, Drive: De verrassende waarheid over wat ons motiveert, Business contact, 240 blz. Op basis van 50 jaar wetenschappelijk onderzoek maakt Pink de mismatch duidelijk tussen wat wij aannemen en wat waar is. Hij legt uit wat de mens echt motiveert en komt met slimme en verrassende oplossingen om hen beter te laten presteren. De drie intrinsieke drives om goed te presteren worden behandeld geïllustreerd met experimenten en hedendaagse voorbeelden uit de Verenigde Staten.


Pubers
Crone, Eveline, 2012, Het sociale brein van de puber, Amsterdam, Bert Bakker, 127 blz. Een van de grootste uitdagingen van de adolescentie is het zich losmaken van de ouders. Het boek gaat in op de allesbepalende vriendschappen en de veranderde relaties met ouders en leeftijdsgenoten, het immense belang van erbij horen en het grote verdriet wanneer je buiten de groep valt. In hoeverre kun je daar als ouder of begeleider invloed op hebben?

+ Crone, Eveline, 2008, Het puberende brein, Amsterdam, Bert Bakker, 179 blz. Recente ontdekkingen over de hersenen van pubers worden beschreven. Deze maken duidelijk waardoor ze zo emotioneel kunnen reageren, waarom de mening van vrienden opeens veel belangrijker wordt dan die van de ouders en wat we van pubers kunnen verwachten op school. De puberteit is een periode van risico’s en grenzen maar ook van unieke mogelijkheden. Voor iedereen met opgroeiende kinderen.

Nelis, Huub en Yvonne van Sark, 2014, Puberbrein binnenste buiten, Kosmos Uitgevers Utrecht, 246 blz. Het boek laat het ontwikkelingsproces zien van jongeren tussen het 10e en 25e levensjaar en maakt inzichtelijk waarom jongeren juist vanaf de tienerleeftijd vragen om duidelijke grenzen en begeleiding. Waarom is er zoveel opvoedonzekerheid en onwetendheid bij ouders en begeleiders? Door veel herkenbare voorbeelden en praktische tips. Nuttig voor ouders, docenten en professionele begeleiders.

Jongens/Meisjes
Handreiking voor begeleiding van jongens op school op basis van resultaten van APS en Kohnstamm instituut, 2012, 2 blz. Gratis te downloaden: http://handreikingjongensmeisjes.slo.nl Deze handreiking is bedoeld voor docenten, mentoren en schoolleiders in de onderbouw van het vo die op zoek zijn naar mogelijkheden om leerlingen, met name jongens, meer uit te dagen en te motiveren. Samengesteld o.a. door Lydia Sevenster.

Gurian, Michael en Kathy Stevens en Kelley King, 2011, Boys&Girls: Strategieën voor Onderwijs aan Jongens en Meisjes in het VO, Uitgeverij OMS, Helmond, 256 blz. Werkboek voor leraren in het voortgezet onderwijs, combineert op eenvoudige en direct toepasbare wijze de wetenschap van de hersenen met onderwijsstrategieën. Deze zijn al in de klas getest en ontwikkeld om de sterke punten van jongens en meisjes tot uiting te laten komen. Voor mensen werkzaam in het onderwijs.

+ Jolles, Jelle, 2016, Het tienerbrein, Amsterdam University Press, 424 blz. Een bespreking van veel neuropsychologische inzichten nuttig om een tiener te begrijpen met aandacht voor hersenfuncties, cognitief functioneren, sociaal gedrag en slaap. Ook gaat het boek in op de verschillen tussen jongens en meisjes; hoe zij kiezen, plannen en beslissen. Voor ouders, docenten en opvoedprofessionals.

 

 

Onderpresteerders jongens/meisjes

 

Meer meisjes dan jongens halen een vwo-diploma: in 2013 100 meisjes tegen 88 jongens terwijl jongens al jaren een iets hogere CITO-score halen: 335 tegen 334 voor de meisjes. Hiervoor is een aantal oorzaken aan te wijzen: jongenshersenen ontwikkelen zich langzamer, jongens zijn speelser, minder gedisciplineerd, hebben meer moeite zich te concentreren en maken minder huiswerk. Jongens zouden al op de basisschool een latente schoolhekel hebben ontwikkeld doordat de overwegend vrouwelijke docenten het meisjesgedrag als norm zien: wees stil, zit recht enz. Jongens ervaren de school daardoor als minder stimulerend dan meisjes. Samengevat: jongens kiezen voor het plezier van het moment, meisjes kiezen voor het voorkomen van narigheid in de toekomst. Zie ook  http://www.jongensenonderwijs.nl

Veranderd schoolsysteem in nadeel van jongens
Intussen is het schoolsysteem in de afgelopen 15 jaar flink veranderd. Het is “taliger” geworden en er moeten meer werkstukken gemaakt worden. Leerlingen moeten meer samenwerken en afspraken maken om alles te coördineren en op tijd in te leveren. Allemaal zaken, die meisjes in die fase beter doen dan jongens.

Geen wonder dat Nederland capabele jongens verliest!

Ook een traag groeiende eik kan een hoge boom worden.

Jelle Jolles

prof. Neuropsychologie, VU Amsterdam

Bekijk even dit prachtige videofilmpje van Maria Stuut over ‘De Jongenscrisis’.
Zij maakte dit naar aanleiding van de UvA-collegereeks ‘Jongens, wat is er aan de hand?’

Radio

Beluister radio-uitzending ‘De Jongensdip’:
drama van jongens met vwo-advies die tenslotte middelbaar onderwijs op havo- en vmbo-niveau afronden.